Uitspraak
18.4632 WIA
18 juli 2018, 18/1488 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 1 november 2017, waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar werd op 18 januari 2018 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Appellant betoogde in hoger beroep dat hij het besluit niet goed had gelezen en het slaaponderzoek wilde afwachten om medische stukken mee te sturen. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat appellant tijdig bezwaar had kunnen maken en de medische stukken later had kunnen toevoegen.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.