ECLI:NL:CRVB:2019:3075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van stopzetting WIA-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant ontving vanaf 16 augustus 2010 een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot de uitkering per 1 juni 2013 stop te zetten omdat appellant niet reageerde op uitnodigingen voor evaluatiegesprekken. Appellant verzocht later om terug te komen van dit besluit met het argument dat zijn stoornissen hem verhinderden zich aan de controlevoorschriften te houden.
Het Uwv wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij door zijn medische klachten niet aan de controlevoorschriften kon voldoen en dat brieven mogelijk naar een verkeerd adres waren gestuurd. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn stellingen over zijn psychische gesteldheid en het niet ontvangen van brieven. De Raad stelde vast dat de rechtbank een procedurele fout maakte door zonder toestemming uitspraak te doen terwijl een deskundigenrapport nog niet was besproken, maar oordeelde dat appellant hierdoor niet in zijn belangen was geschaad. De Raad concludeerde dat het Uwv terecht had geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om terug te komen van het besluit tot stopzetting van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.