ECLI:NL:CRVB:2019:3085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- E.C.G. Okhuizen
- P.J. Huisman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar bijstand over de periode van 1 juli 2016 tot en met 30 september 2016, omdat het college op basis van gegevens uit Suwinet en looninformatie van twee werkgevers had vastgesteld dat zij inkomsten had genoten die zij niet had opgegeven.
Appellante stelde dat zij geen werkzaamheden had verricht voor werkgever X. en dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat zij daar gewerkt had, mede omdat geen salarisspecificaties beschikbaar waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het college in beginsel mocht uitgaan van de juistheid van Suwinet-gegevens, die gebaseerd zijn op verplichte opgave door de werkgever.
De Raad wees erop dat de looninformatie van de werkgever overeenkwam met de Suwinet-gegevens en dat appellante zelf had verklaard te hebben gesolliciteerd en enkele dagen had meegewerkt bij deze werkgever. Er was geen bewijs voor misbruik van persoonsgegevens door de werkgever. Daarom was de herziening van de bijstand terecht en slaagde het hoger beroep niet.
De Raad wees verder proceskosten af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 mei 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de bijstand wordt bevestigd.