ECLI:NL:CRVB:2019:3106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op nabestaandenuitkering bij niet-verzekerde echtgenoot in het buitenland
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in Marokko. De echtgenoot had eerder in Nederland gewoond en een AOW-pensioen ontvangen, maar was ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd voor de ANW omdat hij niet in Nederland woonde of werkte en ook niet vrijwillig verzekerd was.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af en het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij ziek is, twee minderjarige kinderen onderhoudt en geen inkomsten heeft, en dat zij als weduwe recht zou hebben op de uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het feit dat de echtgenoot AOW ontving niet betekent dat hij verzekerd was voor de ANW. Ook was hij niet vrijwillig verzekerd en op grond van gegevens van de Marokkaanse sociale zekerheidsinstantie was hij niet verzekerd volgens Marokkaanse wetgeving. Hierdoor bestaat geen aanspraak op een nabestaandenuitkering op grond van artikel 13a ANW in combinatie met artikel 22 van Pro het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en appellante heeft geen recht op een nabestaandenuitkering omdat haar echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW.