ECLI:NL:CRVB:2019:3121
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- A.S. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten bij voorzienbare verhuizing
Appellant, die sinds mei 2017 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten en tandheelkundige behandelingen. Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen wees dit af op grond van artikel 35 Participatiewet Pro en gemeentelijke beleidsregels, omdat de verhuizing voorzienbaar was en geen acute noodzaak voor de kosten bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant al tien jaar als woningzoekende stond ingeschreven, waardoor de verhuizing en inrichtingskosten voorspelbaar waren. De stelling van een onvoorziene verhuizing om veiligheidsredenen werd onvoldoende onderbouwd. Ook het ontbreken van aflossingscapaciteit werd niet als bijzondere omstandigheid aangemerkt.
Ten aanzien van de tandheelkundige kosten ontbrak bewijs van een acute noodsituatie. Het verzoek om een dwangsom wegens niet tijdig beslissen werd afgewezen omdat geen ingebrekestelling was gedaan. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak met verbetering van gronden.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor inrichtingskosten en tandheelkundige behandelingen wordt bevestigd.