ECLI:NL:CRVB:2019:3122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-uitkeringsbesluit ondanks betwisting beperkingen en functiekeuze
Appellant, voormalig slijper in een ijzergieterij, meldde zich ziek met psychische en hartklachten en ontving een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 44,83%. Hij betwistte de mate van beperkingen en de geschiktheid voor geselecteerde functies, onderbouwd met een rapport van medisch adviseur Van der Eijk en een neuropsychologisch onderzoek.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd vanwege gewijzigde motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 16 maart 2017 voldoende rekening houdt met de beperkingen van appellant.
De Raad oordeelde dat het rapport van Van der Eijk geen aanleiding geeft tot twijfel aan het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De Raad verwierp het verzoek tot inschakeling van een onafhankelijk medisch deskundige vanwege onvoldoende grond.
De geschiktheid van appellant voor de geselecteerde functies, die eenvoudig productiewerk betreffen, werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.