ECLI:NL:CRVB:2019:3137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde WAO-uitkeringsaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft herhaaldelijk een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering, die door het UWV werd afgewezen omdat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet kon worden vastgesteld. Na eerdere procedures is dit besluit in rechte komen vast te staan. In 2016 diende appellant opnieuw een aanvraag in, die eveneens werd afgewezen en waartegen bezwaar en beroep werden ingesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een heroverweging rechtvaardigden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij ziek is en niet kan werken, ondersteund door medische stukken, maar kon niet aantonen dat deze feiten nieuw waren of niet eerder konden worden ingebracht.
De Raad toetste het besluit aan de criteria voor terugkomen op eerdere besluiten en oordeelde dat het UWV zorgvuldig en deugdelijk had gemotiveerd dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren. Het beroep op evident onredelijkheid faalde eveneens. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde WAO-uitkeringsaanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.