ECLI:NL:CRVB:2019:3155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden ontvangen bedragen
Appellante ontving sinds 1 januari 2016 bijstand op grond van de Participatiewet. Na haar verhuizing in juli 2017 onderzocht het college haar financiële situatie en concludeerde dat zij giften ontving van haar ex-echtgenoot en familie, waarmee zij haar kosten van levensonderhoud kon betalen. Het college trok daarom de bijstand per 7 juli 2017 in en vorderde de reeds betaalde bijstand terug.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat de ontvangen bedragen leningen waren, niet als inkomen moesten worden beschouwd. Zij overlegde verklaringen van derden die haar geld hadden geleend. Het college handhaafde het besluit, stellende dat de inlichtingenplicht was geschonden en dat de ontvangen bedragen als middelen moesten worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat leningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip en dat de ontvangen bedragen het bijstandsniveau overstegen. Daarom kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De bijdragen van de ex-echtgenoot hoefden niet nader te worden besproken. Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet melden van ontvangen bedragen.