ECLI:NL:CRVB:2014:455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste opgave inkomsten verhuur
Appellant had algemene en bijzondere bijstand ontvangen, waaronder een woonkostentoeslag, maar het college stelde twijfel over de rechtmatigheid van de bijstandverlening vanwege onjuiste en onvolledige opgave van inkomsten uit verhuur van een recreatiewoning.
Na een uitgebreid onderzoek met dossieronderzoek, bankgegevens, onaangekondigde huisbezoeken en controle van verhuurgegevens, concludeerde het college dat appellant meer inkomsten had dan opgegeven en onvoldoende bewijsstukken had aangeleverd. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de betaalde bedragen terug.
De rechtbank wees het beroep van appellant af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant niet aan zijn inlichtingenplicht had voldaan, geen volledige administratie had bijgehouden en dat de leningen van zijn moeder als middelen moesten worden meegeteld. Het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel werden niet geschonden.
De Raad concludeerde dat appellant over voldoende middelen beschikte om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien en dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens onjuiste opgave en voldoende middelen.