ECLI:NL:CRVB:2019:3168
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van behandelend rechter in hoger beroep sociale zekerheidszaak
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in hoger beroepzaken tegen de Sociale verzekeringsbank (Svb). Zij stelde dat de rechter niet onpartijdig was vanwege haar eerdere dienstverband bij de Svb en het niet verstrekken van gelegaliseerde documenten en bewijs van inschrijving in de Basisregistratie Personen (Brp).
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat wraking alleen kan worden toegewezen bij concrete feiten of omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid. Procedurele beslissingen, zoals het niet verwijzen naar een meervoudige kamer, kunnen geen wrakingsgrond vormen. De rechter heeft bovendien aangegeven dat tussen partijen niet in geschil is dat er geen gelegaliseerde documenten en bewijs van inschrijving in de Brp zijn.
Het enkele feit dat de behandelend rechter tot 2002 bij de Svb heeft gewerkt, vormt geen grond voor wraking. Verzoekster bracht geen concrete feiten aan waaruit vooringenomenheid kan worden afgeleid. Daarom wijst de Centrale Raad het wrakingsverzoek af en veroordeelt verzoekster niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen van vooringenomenheid.