Uitspraak
18.2556 PW
5 april 2018, AWB 17/2564 (aangevallen uitspraak)
J. ten Cate.
OVERWEGINGEN
9 mei 2017 heeft plaatsgevonden in de omgeving van [gemeente] .
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2002 bijstand en stond ingeschreven op een adres te Hengelo. Naar aanleiding van een anonieme melding onderzocht het college haar woonsituatie. Uit onderzoek, huisbezoek, buurtonderzoek en verklaringen bleek dat appellante gedurende de periode 26 februari 2016 tot en met 9 mei 2017 haar hoofdverblijf niet op het opgegeven adres had, maar bij haar vriend in een andere gemeente verbleef.
Appellante had verklaard dat zij vanwege operaties vaak bij haar vriend verbleef en slechts sporadisch terugkeerde naar het opgegeven adres. Deze verklaring werd ondersteund door verklaringen van buurtbewoners en haar bankafschriften die transacties in de andere gemeente toonden. Appellante betoogde dat zij onder druk haar verklaring had afgelegd, maar de Raad hechtte geen waarde aan haar latere herziening.
Het college had daarom bij besluit de bijstand over de betreffende periode ingetrokken en teruggevorderd. De rechtbank had dit besluit bevestigd en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, stellende dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden en het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.