ECLI:NL:CRVB:2019:3188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand dakloze wegens onvoldoende bewijs verblijf op meerdere adressen
Appellant vroeg bijstand aan als dakloze en gaf daarbij drie verblijfsadressen op in Amsterdam. Het college van burgemeester en wethouders startte een onderzoek naar zijn verblijfplaatsen. Handhavingsspecialisten brachten meerdere huisbezoeken, waarbij appellant slechts op één adres werd aangetroffen en op de andere adressen niet of slechts sporadisch verbleef. Daarnaast gaf appellant een vierde adres op waar hij volgens hem ook verbleef, maar dit adres was niet doorgegeven aan het college en werd niet bevestigd door het onderzoek.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door onvolledige en onjuiste gegevens te verstrekken. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk op meerdere adressen verbleef en dat het college onzorgvuldig had gehandeld door het vierde adres niet te onderzoeken.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij op meerdere adressen verbleef. Omdat hij het vierde adres niet had opgegeven en het college geen aanleiding had om dit nader te onderzoeken, was het college terecht uitgegaan van het ontbreken van het vereiste wisselende verblijf. Een individuele toets naar het hoofdverblijf was daardoor niet aan de orde. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand als dakloze wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op meerdere adressen verbleef.