ECLI:NL:CRVB:2015:15
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verbleef aanvankelijk in nachtopvang. Vanaf 1 april 2012 maakte hij geen gebruik meer van deze opvang en gaf hij geen informatie over zijn verblijfadres. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde vast dat appellant spoorloos was en schortte de bijstand op, waarna deze werd ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet vrijwillig was geweerd uit de nachtopvang en dat hij nog gebruik maakte van de dagopvang, zodat zijn verblijfadres niet was gewijzigd. De Raad oordeelde dat het niet melden van de wijziging van verblijf een schending van de inlichtingenverplichting is en dat het college daarom bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen.
De verklaring van appellant over het verblijf in de dagopvang werd onvoldoende geacht en een latere verklaring over een ander adres was niet concreet, verifieerbaar of consistent met eerdere gegevens. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.