ECLI:NL:CRVB:2019:3193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep bijzondere bijstand pedicurebehandelingen en schadevergoeding
Appellante had bijzondere bijstand aangevraagd voor extra kosten van pedicurebehandelingen in 2015, welke door het dagelijks bestuur werden afgewezen omdat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening werd gezien. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat bijzondere bijstand moest worden toegekend voor maximaal twaalf behandelingen per jaar, gebaseerd op medisch advies.
In hoger beroep handhaafde het dagelijks bestuur dit besluit en keerde reeds gedeclareerde kosten terug. Appellante voerde aan dat zij meer behandelingen nodig had, dat reis- en parkeerkosten niet werden vergoed, dat zij geen draagkracht had en dat de vergoeding niet was geïndexeerd. Deze gronden werden verworpen omdat zij onvoldoende waren onderbouwd of buiten het bestreden besluit vielen.
Daarnaast verzocht appellante om een schadevergoeding van €1.000,- wegens financiële en emotionele schade. De Raad oordeelde dat zij dit niet aannemelijk had gemaakt en dat het verband met het onrechtmatige besluit ontbrak, waardoor het verzoek werd afgewezen.
Het beroep tegen het nader besluit werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van bijzondere bijstand voor twaalf pedicurebehandelingen werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.