Uitspraak
16.3956 AOW
OVERWEGINGEN
17 juli 2015 tot 1 september 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene vroeg een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aan als gehuwde, terwijl zij stelde duurzaam gescheiden te leven van haar echtgenoot. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende haar een gehuwdenpensioen toe en verklaarde bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene duurzaam gescheiden leefde en kende haar een ongehuwd pensioen toe.
De Svb ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad stelde vast dat de rechtbank onzorgvuldig was door een convenant te betrekken dat niet in het geding was en dat de gehuwden niet duurzaam gescheiden leefden omdat zij regelmatig contact hadden, de echtelijke woning nog gezamenlijk eigendom was en financiële bijdragen boven alimentatie werden geleverd.
De Raad overwoog dat bij scheiding van tafel en bed het gehuwdenpensioen leidend is, tenzij duurzaam gescheiden leven kan worden aangetoond. In dit geval ontbrak die duurzame scheiding. De aangevallen uitspraak werd vernietigd en het beroep van de Svb ongegrond verklaard.
De Raad benadrukte het belang van hoor en wederhoor en dat feitelijke omstandigheden bepalend zijn voor duurzaam gescheiden leven. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de Sociale verzekeringsbank wordt ongegrond verklaard en betrokkene ontvangt het ouderdomspensioen voor gehuwden.