ECLI:NL:CRVB:2018:2918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging bijstand en boete wegens niet-melden huwelijk
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, maar werd gehuwd geacht sinds 7 augustus 2014 met een partner die in Zwitserland woont en een inkomen heeft boven de bijstandsnorm. Het dagelijks bestuur beëindigde en trok de bijstand in vanwege de onderhoudsplicht van haar echtgenoot en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante maakte bezwaar tegen de besluiten, maar dit was te laat ingediend. Zij stelde dat zij tijdig bezwaar had gemaakt via een e-mail aan een medewerker van het Sociaal Team, die dit niet had doorgezet, en dat zij niet verwijtbaar was voor het niet melden van haar huwelijk. De Raad oordeelde dat de e-mail geen bezwaarschrift was en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
De Raad bevestigde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door het huwelijk niet te melden op het aanvraagformulier en dat de boete terecht en evenredig was opgelegd. De aanvraag om individuele inkomenstoeslag werd afgewezen omdat appellante niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot, die haar en hun kind regelmatig bezocht en met wie zij wilde samenwonen.
Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging en intrekking van bijstand, handhaaft de boete en wijst het verzoek om individuele inkomenstoeslag en schadevergoeding af.