Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf augustus 2004. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht trok in 2008 de bijstand over de periode 2004-2007 in wegens schending van de inlichtingenplicht en vorderde de kosten van bijstand terug tot een bedrag van €30.839,46.
In november 2015 verzochten appellanten om kwijtschelding van het restant van de vordering. Het college wees dit verzoek af omdat appellanten niet voldeden aan de voorwaarden van het Debiteurenbeleid 2011, met name omdat zij niet minimaal de helft van de vordering hadden afgelost. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat het college bevoegd is om kwijtschelding te verlenen, maar dat het debiteurenbeleid bepaalt dat bij fraudevorderingen in beginsel geen kwijtschelding wordt verleend tenzij aan cumulatieve voorwaarden is voldaan. Appellanten voldeden hier niet aan omdat zij slechts €5.484,46 hadden afgelost, minder dan de helft van de totale vordering. Ook waren de door appellanten aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende om van het beleid af te wijken.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de bijstandsvordering wordt afgewezen omdat niet aan de voorwaarden van het debiteurenbeleid is voldaan.