ECLI:NL:CRVB:2019:3225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet gemelde werkzaamheden voor uitzendbureau
De zaak betreft het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin een boete werd opgelegd aan appellant wegens het niet melden van werkzaamheden voor een uitzendbureau.
Appellant heeft werkzaamheden verricht van 9 september 2013 tot en met 3 november 2014 zonder dit te melden aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college stelde vast dat appellant daarmee zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden en legde een boete van €550 op.
Appellant stelde dat hij dacht dat het uitzendbureau de loonstroken zou doorsturen, maar hiervoor was geen bewijs. Zijn verzoek om uitstel van de zitting werd afgewezen. De Raad oordeelde dat de boete evenredig is gezien de ernst van de overtreding, de verwijtbaarheid en overige omstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot uitstel en de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De opgelegde boete van €550 wegens niet gemelde werkzaamheden wordt bevestigd.