ECLI:NL:CRVB:2019:3230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-wonen in gemeente
Appellant ontving bijstand van de gemeente Den Helder maar werd betwist dat hij woonde in die gemeente gedurende de periode 1 april 2013 tot en met 22 maart 2014. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug omdat appellant niet tijdig had gemeld dat hij niet in de gemeente woonde.
Appellant voerde aan dat hij onder druk en in beschonken toestand een verklaring had afgelegd over zijn woonplaats, en dat hij vanwege psychische en verslavingsproblemen niet aan de terugvordering kon voldoen. De Raad oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat de verklaring onbetrouwbaar was en dat de terugvordering niet onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen had.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens het ontbreken van woonplaats in de gemeente Den Helder wordt bevestigd.