ECLI:NL:CRVB:2019:3251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende informatie over verblijfplaatsen
Appellant heeft op 16 december 2016 een aanvraag om bijstand ingediend op grond van de Participatiewet, waarbij hij aangaf thuisloos te zijn en bij familie, vrienden of kennissen te verblijven. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam vroeg herhaaldelijk om nadere informatie over zijn verblijfplaatsen, waaronder ingevulde formulieren voor personen met wisselende verblijfplaatsen (formulieren pwv).
Ondanks meerdere verzoeken heeft appellant geen volledige en controleerbare gegevens verstrekt over zijn verblijfplaatsen in de gevraagde perioden. Hij leverde deels ingevulde formulieren en verklaringen van bewoners aan, maar deze boden geen duidelijkheid over de precieze verblijfsdata. Ook een aangifte van verhuizing was niet relevant omdat appellant nooit daadwerkelijk op het opgegeven adres heeft gewoond.
Het college wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, overwegende dat het niet nakomen van de inlichtingenplicht een gegronde reden is voor weigering van bijstand. De Raad wees proceskosten af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd vanwege onvoldoende informatie over de verblijfplaatsen.