ECLI:NL:CRVB:2019:3254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand wegens niet tijdig overleggen boekhouding zelfstandige
Appellant ontving bijstand in de vorm van een renteloze lening op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), met de verplichting een deugdelijke boekhouding te voeren en deze binnen zes maanden na afloop van het boekjaar te overleggen.
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg vorderde de bijstand over 2015 terug omdat appellant niet tijdig de jaarcijfers had overgelegd, ondanks meerdere schriftelijke verzoeken. Appellant stelde dat hij de verzoeken niet had ontvangen en dat uit alsnog overgelegde stukken bleek dat hij recht had op bijstand.
De Raad oordeelde dat het niet tijdig overleggen van de administratie een schending van de verplichtingen uit het Bbz 2004 is, en dat gegevens die na het terugvorderingsbesluit zijn overgelegd geen betekenis hebben voor de bezwaarprocedure. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de bijstand blijft in stand.