Uitspraak
17.8296 BBZ
M.H.H. Ligtenberg.
Centrale Raad van Beroep
Appellant kreeg op 22 december 2016 een besluit van het college tot terugvordering van een renteloze lening op grond van de BBZ. Het college stuurde op 22 februari 2017 een kopie van dit besluit per aangetekende post, die appellant ontving. Op 7 maart 2017 maakte appellant bezwaar, maar het college verklaarde dit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het besluit op juiste wijze was bekendgemaakt en de bezwaartermijn op 2 februari 2017 was geëindigd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij pas na ontvangst van de aangetekende kopie kennis had genomen van het besluit.
De Raad oordeelde dat het college niet met een deugdelijke verzendadministratie aannemelijk had gemaakt dat het besluit tijdig per gewone post was verzonden. Hierdoor was de bezwaartermijn pas op 22 februari 2017 begonnen, waardoor het bezwaar van 7 maart 2017 tijdig was ingediend. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op opnieuw te beslissen op het bezwaar, met toepassing van artikel 8:113 Awb Pro voor vervolgprocedure.
Proceskosten werden niet toegekend, maar het betaalde griffierecht werd aan appellant vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van correcte bekendmaking en administratieve zorgvuldigheid bij bestuursbesluiten.
Uitkomst: Het bezwaar is tijdig ingediend, het besluit wordt vernietigd en het college moet opnieuw op het bezwaar beslissen.