ECLI:NL:CRVB:2019:3267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen vaststellingsbesluiten persoonsgebonden budget te laat ingediend
Het zorgkantoor stelde vaststellingsbesluiten op 24 juni 2015 vast over het persoonsgebonden budget (pgb) van appellant voor delen van 2014, met terugvorderingen van in totaal ruim €9.000. Appellant maakte pas op 25 juli 2017 bezwaar tegen deze besluiten. Het zorgkantoor verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat het zorgkantoor aannemelijk had gemaakt dat de besluiten tijdig waren verzonden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de besluiten niet tijdig waren ontvangen en dat de vorige gemachtigde ze niet aan hem had doorgezonden, waardoor zijn bezwaar tijdig was ingediend.
De Raad oordeelde dat het zorgkantoor niet aannemelijk had gemaakt dat de besluiten daadwerkelijk op of rond 24 juni 2015 waren verzonden, maar wel dat zij op 18 januari 2016 per e-mail aan de vorige gemachtigde waren bekendgemaakt. Volgens vaste rechtspraak loopt de communicatie via de gemachtigde, en is het risico van niet-doorzenden voor rekening van appellant. De bezwaren waren daardoor te laat ingediend en niet-ontvankelijk.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de overige beroepsgronden af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tijdens de zitting gaf het zorgkantoor aan uit coulance nog naar de verantwoording over 2014 te willen kijken.
Uitkomst: De bezwaren tegen de vaststellingsbesluiten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.