Uitspraak
6 november 2015, 15/1074 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV omtrent een WIA-uitkering. Na een tussenuitspraak van de Centrale Raad van Beroep op 5 juni 2019 nam het UWV op 16 juli 2019 een gewijzigde beslissing die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant op 9 augustus 2019 het hoger beroep in en verzocht om veroordeling van het UWV in proceskosten en van de Staat in schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad stelde vast dat de procedure vanaf ontvangst van het bezwaarschrift op 27 september 2014 tot de uitspraak op 16 oktober 2019 meer dan vijf jaar had geduurd, wat de redelijke termijn met meer dan een jaar overschreed. De overschrijding was geheel toe te rekenen aan de Staat. De Raad veroordeelde het UWV in proceskosten van €1.633,88 en de Staat tot een immateriële schadevergoeding van €1.500 aan appellant.
De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend, in aanwezigheid van griffier L.R. Scherpenzeel-Carlier, en uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2019.
Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken, UWV veroordeeld in proceskosten en Staat tot schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.