ECLI:NL:CRVB:2019:3310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten tuinpoort wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, die sinds 2012 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een nieuwe tuinpoort. Het college van burgemeester en wethouders van Helmond wees deze aanvraag af omdat de kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 35 van Pro de Participatiewet.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de poort niet alleen door slijtage, maar ook door twee inbraken snel onbruikbaar was geworden en dat vervanging de veiligheid zou bevorderen. Deze stellingen werden echter onvoldoende onderbouwd met bewijs, zoals het proces-verbaal van aangifte, dat geen aanknopingspunten bood.
De Raad overwoog dat de kosten van een tuinpoort in beginsel uit het reguliere inkomen moeten worden voldaan en dat bijzondere bijstand alleen wordt toegekend indien de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden die het onmogelijk maken deze uit de bijstandsnorm of andere middelen te voldoen. Omdat appellant niet aannemelijk maakte dat zulke bijzondere omstandigheden aanwezig waren, werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter Y.J. Klik op 15 oktober 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor de tuinpoort bevestigd.