ECLI:NL:CRVB:2019:3314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding met tante
Appellante diende een aanvraag voor bijstand in die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd afgewezen omdat zij geen zelfstandig subject van bijstand is. Uit onderzoek bleek dat zij haar hoofdverblijf had op het adres van haar tante en met haar een gezamenlijke huishouding voerde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de onderzoeksresultaten onvoldoende waren om te concluderen dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, en vergeleek haar situatie met het wonen in een studentenhuis.
De Raad oordeelde dat aan de criteria van gezamenlijke huishouding was voldaan: appellante en haar tante hadden hun hoofdverblijf in dezelfde woning en er was sprake van wederzijdse zorg, onder meer door gezamenlijke was, gezamenlijke boodschappen en het ontbreken van kamerhuur. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand wordt afgewezen omdat appellante met haar tante een gezamenlijke huishouding voert en geen zelfstandig recht op bijstand heeft.