ECLI:NL:CRVB:2019:3344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 44,72% door UWV volgens Wet WIA
Appellant, laatstelijk werkzaam als service specialist, heeft een WIA-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 41,87%, later bij bezwaar verhoogd naar 44,72% op basis van een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen medische grondslag bestond voor verdere beperkingen dan vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij verdergaand beperkt was, ondersteund met diverse medische rapporten en verzocht om benoeming van een revalidatiearts als deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht, dat de verzekeringsarts alle relevante medische informatie heeft betrokken en dat de FML juist is vastgesteld. De Raad volgt de rechtbank in de conclusie dat er geen aanwijzingen zijn voor verdere beperkingen op de datum in geding.
De geselecteerde functies zijn geschikt voor appellant en er is geen reden een medisch deskundige te benoemen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant voor 44,72% arbeidsongeschikt is verklaard en wijst het hoger beroep af.