Uitspraak
17.4430 ANW
10 mei 2017, 16/7623 (aangevallen uitspraak)
mr. J.A.H. Koning.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) aan na het overlijden van haar echtgenoot in Nederland. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW ten tijde van zijn overlijden, aangezien hij niet als ingezetene van Nederland kon worden beschouwd.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Zij oordeelde dat de echtgenoot in 2013 definitief naar Marokko was vertrokken, waarmee zijn duurzame band met Nederland was verbroken. Zijn terugkeer in 2014 was kort en zonder eigen woonruimte of inkomen, waardoor geen duurzame band met Nederland bestond bij overlijden.
Appellante voerde aan dat de band met Nederland nooit was verbroken en dat haar echtgenoot direct bij terugkeer weer ingezetene was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank. De remigratievoorzieningen, het ontbreken van een verblijfsvergunning en het ontbreken van duurzame woonruimte en bindingen in Nederland maakten dat geen sprake was van een duurzame persoonlijke band.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de ANW-uitkering en wees de vordering af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag van de ANW-nabestaandenuitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een duurzame band met Nederland.