ECLI:NL:CRVB:2019:3362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
WIA-uitkering terecht geweigerd ondanks aangepaste medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, voormalig taxichauffeuse, vroeg een WIA-uitkering aan wegens klachten aan linkeronderbeen, schouder en vooral linkerhand na meerdere operaties en een vertraagd herstel door een infectie. Het UWV stelde beperkingen vast in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en concludeerde dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen uitkering werd toegekend.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar handklachten, waaronder artrose en pijn, onvoldoende waren meegenomen. Na meerdere medische en arbeidskundige rapporten, en een deskundigenonderzoek door bedrijfsarts Brouwer, werd de FML aangepast met extra beperkingen voor bepaalde handgrepen. Desondanks bleven de geselecteerde functies geschikt voor appellante en bleef de mate van arbeidsongeschiktheid onder 35%.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. Het feit dat appellante later een WIA-uitkering kreeg wegens andere klachten speelde geen rol bij de beoordeling van de situatie op 7 mei 2015. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bevestigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van de WIA-uitkering bevestigd.