ECLI:NL:CRVB:2019:3393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldige medische herbeoordeling bevestigd
Appellante, voormalig managementassistente, ontving sinds 2012 een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Na een medische herbeoordeling in 2016 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 35%, waarna de uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) adequaat was opgesteld. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt en vroeg om een onafhankelijke deskundige. Het UWV leverde aanvullende medische rapporten waarin extra beperkingen werden erkend, maar deze leidden niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De FML van maart 2018 weerspiegelde de juiste belastbaarheid en beperkingen van appellante. De geschiktheid voor de geselecteerde functies was adequaat onderbouwd. De Raad wees het hoger beroep af, bevestigde de beëindiging van de WGA-uitkering en veroordeelde het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: De WGA-uitkering van appellante is terecht beëindigd na een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.