Uitspraak
18.4045 MPW
21 juni 2018, 17/3146 (aangevallen uitspraak)
mr. B.J. Engels Linssen.
OVERWEGINGEN
1 november 1995 ontslagen uit militaire dienst.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een voormalig militair die tussen [periode] is uitgezonden naar een buitenland, verzocht om een militair invaliditeitspensioen (mip) wegens een psychische aandoening en maag- en slokdarmklachten. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek concludeerde een arts dat de psychische aandoening verband hield met het dienstverband, maar dat dit niet gold voor de maag- en slokdarmaandoeningen.
De staatssecretaris kende appellant een mip toe van 20% met ingang van 1 april 2015, maar wees het dienstverband voor de maag- en slokdarmaandoeningen af. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat het medisch rapport zorgvuldig was opgesteld en voldoende basis bood voor de conclusies.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en stelde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had verricht en ten onrechte geen contra-expertise had toegestaan. De Raad volgde dit niet en onderschreef de uitgebreide en overtuigende motivering van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een deskundigenonderzoek.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toekenning van een militair invaliditeitspensioen voor maag- en slokdarmaandoeningen wegens onvoldoende bewijs van oorzakelijk dienstverband.