ECLI:NL:CRVB:2019:3424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kwijtschelding bijzondere bijstand in de vorm van lening
Appellante ontvangt sinds 2014 bijstand en kreeg in 2017 bijzondere bijstand toegekend voor stofferings- en inrichtingskosten, deels als lening. Tegen dit toekenningsbesluit heeft zij geen bezwaar gemaakt. In 2018 heeft het college ambtshalve een gedeeltelijke kwijtschelding van de lening verleend, maar een verzoek tot volledige kwijtschelding werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond omdat de rechtmatigheid van het oorspronkelijke toekenningsbesluit niet ter discussie stond. Appellante stelde in hoger beroep dat het toekenningsbesluit onjuist was en dat dit alsnog beoordeeld moest worden, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Raad.
De Centrale Raad oordeelt dat in een procedure tegen een kwijtscheldingsbesluit de rechtmatigheid van het oorspronkelijke toekenningsbesluit niet kan worden getoetst als daartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend. De aangehaalde uitspraak biedt hiervoor geen grond. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van volledige kwijtschelding wordt bevestigd.