ECLI:NL:CRVB:2019:3426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet meewerken aan huisbezoek
De zaak betreft het besluit van 15 december 2017 waarbij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bijstand van appellant heeft ingetrokken wegens het niet meewerken aan een huisbezoek op 30 november 2017. Dit besluit werd gehandhaafd bij een besluit van 20 februari 2018. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond.
Appellant voerde aan dat het huisbezoek niet gerechtvaardigd was omdat het onderzoek betrekking had op een ander persoon die op hetzelfde adres stond ingeschreven. Tevens stelde appellant dat hij geen toestemming had van de hoofdbewoner om het huisbezoek toe te laten, waardoor sprake zou zijn van overmacht. De Raad oordeelde dat de woonsituatie van appellant, mede vanwege de kleine woning en het aantal ingeschreven personen, een redelijke grond vormde voor het huisbezoek.
De Raad verwierp het verweer van overmacht, verwijzend naar vaste jurisprudentie dat het belang van het bijstandverlenend orgaan om de woonsituatie onmiddellijk te verifiëren zwaarwegend is en dat het risico van het niet kunnen betreden van de woning voor rekening van appellant komt. Appellant had voldoende gelegenheid om toestemming te vragen aan de hoofdbewoner. Door het niet meewerken bleef de woonsituatie onduidelijk, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het niet meewerken aan het huisbezoek.