Uitspraak
18 3819 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand sinds 2010 en werd onderzocht vanwege het niet melden van meerdere bankrekeningen. Het college vroeg bankafschriften op, waarvan appellant niet alle tijdig aanleverde. Hierdoor werd de bijstand opgeschort en later ingetrokken per 30 mei 2017. Daarnaast werd de bijstand over februari 2017 ingetrokken vanwege een niet gemelde kasstorting van € 2.000.
Appellant stelde dat hij niet over alle bankafschriften kon beschikken en dat de kasstorting een doorgeefbedrag was, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand introk omdat appellant niet binnen de hersteltermijn de gevraagde gegevens aanleverde en de kasstorting als inkomen moest worden beschouwd.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Den Haag. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De beslissing is op 5 november 2019 in het openbaar uitgesproken door J.L. Boxum.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens niet tijdig overleggen van bankafschriften en het niet melden van een kasstorting.