ECLI:NL:RBNHO:2020:8773
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding zorgverlener voor boodschappen en wassen als inkomen in Participatiewet
Eiser, een uitkeringsgerechtigde onder de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), ontving een maandelijkse vergoeding van €196,- van zijn zorgverlener Esdégé Reigersdaal voor boodschappen en wassen. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, wees de aanvragen van eiser voor individuele inkomenstoeslag en bijzondere bijstand af, omdat het inkomen hoger was dan de norm, waarbij de vergoeding als inkomen werd meegerekend.
Eiser stelde dat deze vergoeding niet als inkomen mocht worden aangemerkt omdat het een compensatie is voor zorg die hij op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) ontvangt en waarover hij niet vrij kan beschikken. De rechtbank volgde dit niet en verwees naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat terugkerende stortingen die kunnen worden aangewend voor noodzakelijke kosten als inkomen gelden.
De rechtbank stelde vast dat eiser de vergoeding daadwerkelijk gebruikte voor boodschappen en dat dit onder algemeen noodzakelijke bestaanskosten valt. Ook het feit dat de zorgverlener verplicht is voeding te leveren, maakte niet dat de vergoeding niet als inkomen kon worden gezien. Daarnaast werd geoordeeld dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunten te uiten tijdens de bezwaarprocedure.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvragen gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de vergoeding van de zorgverlener als inkomen wordt aangemerkt.