Appellante ontving bijstand vanaf juli 2014 en werd na een anonieme melding onderzocht wegens vermeende handel via Marktplaats zonder melding aan het college. Het college herzag de bijstand over meerdere maanden en vorderde €5.064,17 terug wegens niet-gemelde inkomsten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het ging om incidentele verkoop van privégoederen, waarvoor geen meldingsplicht geldt. De Raad oordeelde dat de verkoopactiviteiten gezien de omvang, regelmaat en aard van de aangeboden goederen als handel moeten worden aangemerkt, waardoor melding verplicht was. Echter, voor september 2016 kon het college onvoldoende aantonen dat de advertentie daadwerkelijk door appellante was geplaatst.
Daarom vernietigde de Raad het besluit voor die maand en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing moet nemen over de terugvordering. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellante.