ECLI:NL:CRVB:2019:3481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg op grond van de Wlz na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante diende op 27 februari 2017 een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), welke door het CIZ bij besluit van 15 mei 2017 werd afgewezen. Het bezwaar tegen dit besluit werd eveneens ongegrond verklaard bij besluit van 7 november 2017, waarbij werd verwezen naar het medisch advies dat geen noodzaak tot 24-uurszorg aantoonde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en oordeelde dat geen schending van de hoorplicht had plaatsgevonden. De rechtbank stelde vast dat appellante niet binnen de gestelde termijn had gereageerd op een uitnodiging voor een hoorzitting en dat het medisch advies zorgvuldig was opgesteld op basis van een huisbezoek en medische informatie van de huisarts.
In hoger beroep voerde appellante aan dat sprake was van schending van de hoorplicht en verzocht zij om benoeming van een deskundige. De Raad oordeelde dat appellante niet binnen de redelijke termijn kenbaar had gemaakt gehoord te willen worden en dat het CIZ voldoende pogingen had gedaan om een hoorzitting te plannen. Daarnaast was het medisch advies juist en zorgvuldig en bestond geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor langdurige zorg wordt bevestigd; geen schending van de hoorplicht vastgesteld.