Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2017:2221

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 juni 2017
Publicatiedatum
27 juni 2017
Zaaknummer
15/7426 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging besluit beëindiging aanspraak persoonlijke verzorging AWBZ

Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van 29 mei 2015 waarin haar aanspraak op persoonlijke verzorging onder de AWBZ werd beëindigd per 14 augustus 2014. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit gebaseerd was op een deugdelijk medisch advies en niet in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.

In hoger beroep voerde appellante aan dat haar gebrekkige kennis van de Nederlandse taal had geleid tot gebrekkige communicatie en een ondeugdelijk medisch advies. De Centrale Raad van Beroep overwoog echter dat deze taalbarrière niet had geleid tot een ondeugdelijk advies, mede omdat het medisch advies gebaseerd was op uitgebreide informatie van de behandelend sector.

De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 juni 2017.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de aanspraak op persoonlijke verzorging wordt bevestigd.

Uitspraak

15/7426 AWBZ
Datum uitspraak: 14 juni 2017
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van
27 oktober 2015, 15/1449 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

CIZ

PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. F.J.M. Kobossen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 februari 2017. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Kobossen en haar dochter [naam dochter]. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.C.J.G. van Maris-Kindt.

OVERWEGINGEN

1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 29 mei 2015 (bestreden besluit) ongegrond verklaard, waarbij CIZ in bezwaar heeft gehandhaafd het besluit dat appellante op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) tot en met 13 augustus 2014 aanspraak heeft op Persoonlijke Verzorging, klasse 3 en dat appellante met ingang van 14 augustus 2014 geen aanspraak meer heeft op zorg op grond van de AWBZ. De rechtbank heeft hiertoe samengevat overwogen dat het bestreden besluit is gebaseerd op een deugdelijk medisch advies en dat, nu de beëindiging van de aanspraak heeft plaatsgevonden per toekomstige datum, er geen sprake is van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
2. In hoger beroep heeft appellante verwezen naar de beroepsgronden in haar beroepschrift. Daarnaast heeft appellante gewezen op haar gebrekkige kennis van de Nederlandse taal. Dit heeft geleid tot een gebrekkige communicatie en een ondeugdelijk medisch advies.
3. De Raad overweegt het volgende.
4.1.
De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank over de gronden van beroep en onderschrijft de overwegingen waarop dat oordeel berust. De rechtbank is met juistheid tot de conclusie gekomen dat die beroepsgronden niet slagen.
4.2.
Hetgeen appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht met betrekking tot haar kennis van de Nederlandse taal, heeft de Raad niet alsnog tot het oordeel geleid dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. Het is de Raad niet kunnen blijken dat de gebrekkige kennis van de Nederlandse taal van appellante ertoe heeft geleid dat het medisch advies dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt ondeugdelijk is. De Raad wijst erop dat het medisch advies mede berust op uitgebreide informatie van de behandelend sector. Deze informatie is in het medisch advies besproken. Deze informatie is niet miskend.
4.3.
Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en D.S. de Vries en J.P.A. Boersma als leden, in tegenwoordigheid van I.G.A.H. Toma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2017.
(getekend) J. Brand
(getekend) I.G.A.H. Toma

TM