ECLI:NL:CRVB:2017:2221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging aanspraak persoonlijke verzorging AWBZ
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van 29 mei 2015 waarin haar aanspraak op persoonlijke verzorging onder de AWBZ werd beëindigd per 14 augustus 2014. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit gebaseerd was op een deugdelijk medisch advies en niet in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar gebrekkige kennis van de Nederlandse taal had geleid tot gebrekkige communicatie en een ondeugdelijk medisch advies. De Centrale Raad van Beroep overwoog echter dat deze taalbarrière niet had geleid tot een ondeugdelijk advies, mede omdat het medisch advies gebaseerd was op uitgebreide informatie van de behandelend sector.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 juni 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de aanspraak op persoonlijke verzorging wordt bevestigd.