ECLI:NL:CRVB:2019:3494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldige medische en arbeidsdeskundige beoordeling
Appellante was sinds 2011 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en ontving een WGA-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 1 augustus 2016 na een herbeoordeling waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellante geschikt was voor diverse functies.
De ex-werkgever maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna het UWV het besluit herzag en de uitkering beëindigde. Appellante stelde beroep in tegen deze beslissing. De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de arbeidsdeskundige de geschiktheid voor de geselecteerde functies voldoende had gemotiveerd, behalve voor één functie die werd uitgesloten.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar situatie verslechterd was en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar GAF-score. De Raad verwierp deze argumenten, benadrukkend dat de GAF-score niet bedoeld is voor het vaststellen van arbeidsongeschiktheid en dat geen nieuwe medische informatie was aangeleverd.
De Raad concludeerde dat de medische en arbeidsdeskundige beoordelingen overtuigend en inzichtelijk zijn en bevestigde het eerdere oordeel dat de WGA-loonaanvullingsuitkering terecht is beëindigd. Er werd geen aanleiding gezien voor het toekennen van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering per 1 augustus 2016.