Uitspraak
19.2467 WUV
A.T.M. Vroom-van Berckel.
OVERWEGINGEN
14 januari 2019 gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, nabestaande van een overleden vervolgde, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank waarin de periodieke uitkering op nul euro werd vastgesteld na verrekening van haar overige inkomsten, waaronder pensioen, AOW en inkomsten uit vermogen.
De Raad overweegt dat artikel 19 van Pro de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) uitdrukkelijk bepaalt welke inkomsten op de uitkering in mindering moeten worden gebracht. Dit betreft in beginsel alle inkomsten die niet expliciet zijn uitgezonderd, waaronder ook inkomsten uit vermogen. De wettelijke plicht tot verrekening kan niet worden genegeerd, ook niet vanwege het feit dat het inkomen van appellante door het overlijden van haar echtgenoot drastisch is verminderd.
Verder is niet gebleken dat bij de berekening van de uitkering rekening is gehouden met het gezamenlijke inkomen van appellante en haar echtgenoot voor diens overlijden. De Raad concludeert dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verrekening van inkomsten op de uitkering blijft in stand.