ECLI:NL:CRVB:2019:3516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling aanvraag bijstand wegens onvoldoende gegevens
In deze zaak gaat het om de buitenbehandelingstelling van een bijstandsaanvraag van 6 september 2016, omdat appellant niet alle gevraagde gegevens heeft overlegd. Essentiële ontbrekende gegevens betroffen bankafschriften en een verklaring over de wijze waarop appellant voorafgaand aan de aanvraag in zijn levensonderhoud voorzag.
Appellant gaf aan een zwervend bestaan te hebben geleid zonder vaste verblijfplaats en weigerde adres- en telefoongegevens van derden te verstrekken uit angst voor negatieve gevolgen voor deze personen. Hierdoor kon het college de aanvraag niet adequaat beoordelen.
De Raad oordeelde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot buitenbehandelingstelling op grond van artikel 4:5 Awb Pro. De door appellant aangevoerde beroepsgrond dat hij later wel bijstand ontving, werd door de rechtbank en de Raad verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De buitenbehandelingstelling van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende gegevensverstrekking.