ECLI:NL:CRVB:2019:3517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en opschorting bijstand wegens niet verschijnen op gesprekken
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de intrekking en opschorting van bijstand.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam had de bijstand opgeschort en vervolgens ingetrokken omdat appellant zonder bericht niet op uitnodigingen voor gesprekken over de rechtmatigheid van de bijstand was verschenen en niet tijdig de gevraagde stukken, waaronder bankafschriften, had overgelegd. Het was onbetwist dat appellant de oproepen had ontvangen.
Appellant voerde aan dat hij gedurende een korte periode bij een vriend in Friesland verbleef en daardoor niet op zijn woonadres was om de oproepen te ontvangen. De Raad oordeelde dat appellant weliswaar niet verplicht was dit te melden, maar dat het zijn verantwoordelijkheid bleef om zorg te dragen voor de post. Omdat appellant geen maatregelen had getroffen om de post te laten openen, kon hem dit verwijt worden gemaakt.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en opschorting van de bijstand bevestigd.