ECLI:NL:CRVB:2019:3542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW wegens niet duurzaam gescheiden leven van gehuwden
Appellanten, gehuwd en ontvangers van een ouderdomspensioen op grond van de AOW voor ongehuwden, werden door de Sociale verzekeringsbank (Svb) onderzocht wegens vermoedelijk niet duurzaam gescheiden leven. Op basis van het onderzoek herzag de Svb het pensioen met ingang van 1 april 2017 naar dat voor gehuwde pensioengerechtigden.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde de beroepen tegen deze herziening ongegrond, stellende dat appellanten geen duurzaam gescheiden leven leiden. De rechtbank baseerde dit op feiten zoals regelmatig contact, gezamenlijke vakanties, sleutelbezit en wederzijdse betrokkenheid bij elkaars huishouden.
In hoger beroep handhaafden appellanten hun standpunt dat zij wel duurzaam gescheiden leven en voerden zij aan dat het onderscheid tussen gehuwden die gescheiden leven en ongehuwden onrechtvaardig is. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank, verwijzend naar vaste jurisprudentie dat duurzaam gescheiden leven vereist dat ieder een eigen leven leidt als ware hij niet gehuwd, en dat samenwonen niet noodzakelijk is.
De Raad verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverboden, omdat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en de situatie van gehuwden en ongehuwden niet gelijk is, behalve bij duurzaam gescheiden leven. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten niet duurzaam gescheiden leven en wijzigt het AOW-pensioen naar gehuwd met ingang van 1 april 2017.