ECLI:NL:CRVB:2019:3561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WIA-uitkering met 36,80% arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als procesoperator, viel uit met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd geacht. Na bezwaar werd een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 36,80%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische toestand en cannabisafhankelijkheid haar werkvermogen verder beperken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de gronden van appellante herhalingen zijn van eerdere bezwaren die reeds zijn gemotiveerd afgewezen. Nieuwe medische stukken leiden niet tot twijfel over de juistheid van de functionele mogelijkhedenlijst en de vastgestelde beperkingen. Verslaving op zich wordt niet als ziekte aangemerkt tenzij er objectiveerbare medische beperkingen zijn, wat hier niet is vastgesteld.
De voorbeeldfuncties zijn medisch geschikt voor appellante en de arbeidskundige beoordeling is overtuigend. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van een WIA-uitkering met 36,80% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.