ECLI:NL:CRVB:2019:3565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische beperkingen en geschiktheid functies bij WIA-uitkering
Appellant, werkzaam als schoonmaker, vroeg een WIA-uitkering aan vanwege beperkingen door de ziekte van Bechterew en psychische klachten. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was op 14 december 2016, gebaseerd op verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat, met name vanwege ontstekingen en medicijngebruik, maar kon dit niet met voldoende medische gegevens onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische situatie op de peildatum adequaat had beoordeeld en dat de door appellant ingebrachte aanvullende informatie geen aanleiding gaf tot herziening. De Raad bevestigde dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.