Uitspraak
17.3420 WAJONG
OVERWEGINGEN
1 januari 2018 te verlagen naar 70% van het minimumloon.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2005 een Wajong-uitkering vanwege psychische problematiek en een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Met de invoering van de Wajong 2015 heeft het UWV haar arbeidsvermogen opnieuw beoordeeld en vastgesteld dat zij per 1 januari 2018 over arbeidscapaciteit beschikt, wat leidt tot een verlaging van haar uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze verlaging ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwd waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten passen bij fibromyalgie en dat zij daardoor geen arbeidsvermogen heeft, maar kon dit niet overtuigend onderbouwen.
De Raad volgt het oordeel van de rechtbank dat de verzekeringsartsen van het UWV terecht hebben vastgesteld dat appellante in staat is om minimaal vier uur per dag arbeid te verrichten, ondanks haar lichamelijke klachten en psychische achtergrond. De Raad bevestigt daarom het besluit van het UWV en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon wegens voldoende vastgesteld arbeidsvermogen.