ECLI:NL:CRVB:2019:3647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor hypotheeklasten verhuurde woning
Appellante, een zelfstandige zonder personeel, vroeg bijzondere bijstand aan voor de hypotheeklasten van haar koopwoning die zij sinds 2014 verhuurt omdat zij haar hoofdverblijf elders heeft. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten voortvloeien uit haar eigen keuze om de woning aan te houden als pensioenvoorziening en niet als woonlasten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad overwoog dat bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten van bestaan die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en niet kunnen worden voldaan uit andere middelen.
De hypotheeklasten van de koopwoning zijn geen noodzakelijke kosten van bestaan omdat appellante niet in die woning woont. De Raad vond het niet nodig om te beoordelen of appellante de woning zou moeten verkopen of dat verhuur aan bewoning door haarzelf in de weg staat. Het hoger beroep werd afgewezen en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor hypotheeklasten van de verhuurde woning wordt afgewezen omdat deze kosten geen noodzakelijke kosten van bestaan zijn.