ECLI:NL:CRVB:2019:3722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling WIA-uitkering met 50,22% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, viel in 2011 uit wegens psychische en rugklachten en ontving vanaf 2013 een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2016 stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 50,22% en beëindigde de loongerelateerde uitkering, waarna appellante bezwaar maakte. Het UWV verklaarde het bezwaar gegrond en handhaafde het recht op een WGA-loonaanvullingsuitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 8 november 2016 juist was opgesteld. De geselecteerde functies waren passend en vertegenwoordigen voldoende arbeidsplaatsen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten over volledige arbeidsongeschiktheid en ongeschiktheid voor de geselecteerde functies, maar leverde geen nieuwe medische informatie. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV, bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door R.E. Bakker op 21 november 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd.