ECLI:NL:CRVB:2019:3728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten over medische situatie op jeugdleeftijd
Appellant diende in 2013 een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Een verzekeringsarts stelde toen vast dat er geen objectiveerbare medische gegevens waren over beperkingen op zijn zeventiende en achttiende jaar. De aanvraag werd afgewezen en dit besluit stond onherroepelijk vast.
In 2016 diende appellant een nieuwe aanvraag in met aanvullende medische informatie van latere datum. Het UWV concludeerde dat deze informatie geen nieuwe feiten bevatte over de medische situatie op jeugdleeftijd. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit wegens motiveringsgebreken, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betoogde appellant dat de nieuwe medische stukken wel degelijk aangaven dat de problematiek al in de puberteit was ontstaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de overgelegde informatie geen objectiveerbare nieuwe feiten bevatte over de situatie op zeventien- en achttienjarige leeftijd. Appellant was toen niet onder behandeling, waardoor geen nieuwe medische gegevens beschikbaar zijn. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag wegens ontbreken van nieuwe feiten over de medische situatie op jeugdleeftijd.