Uitspraak
17.5604 WIA
29 juni 2017, 16/5023 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
12 maart 2018 van M.M. Wolff-van der Ven, verzekeringsarts bij Ergatis, ingebracht.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die sinds 2007 arbeidsongeschikt is vanwege klachten aan het bewegingsapparaat en psychische klachten, ontvangt sinds 2010 een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2016 stelde een verzekeringsarts vast dat zijn belastbaarheid niet was gewijzigd, waarna het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid op circa 42% handhaafde. Appellant stelde bezwaar en beroep in, stellende dat zijn beperkingen groter zijn vanwege onder andere slaapapneu en depressie.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij verzekeringsartsen dossieronderzoek en onderzoek ter plaatse combineerden. De beperkingen waren inzichtelijk en overtuigend vastgesteld, en er was geen aanleiding voor aanvullend medisch onderzoek. Ook de geschiktheid voor de geselecteerde functies werd bevestigd.
In hoger beroep bracht appellant een aanvullende expertise in, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep verwierp de aanvullende beperkingen wegens gebrek aan objectieve onderbouwing. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot ongewijzigde toekenning van de WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van circa 42%.